dinsdag 25 oktober 2022

Trompenbrug Tuinen en Arboretum

Na meer dan 25 jaar niet langs te zijn geweest, besloot ik om weer eens een keer het Rotterdamse Arboretum Trompenburg te bezoeken. Waarom ben ik er zo lang niet geweest? Geen idee, het is niet ver van mijn huis, makkelijk te bereiken en dankzij mijn Rotterdampas ook nog eens gratis. Met deze, meer dan voldoende, voordelen besloot ik in de zomervakantie dus weer eens langs te gaan.


Panorama van 15 verticale opnames. f/6.3 --- 1/100 sec. --- ISO 200


Het arboretum is gelegen aan de Honingerdijk op nummer 86. Hier begint meteen een stukje historie, de Honingerdijk is genoemd naar Slot Honingen. Dit slot, uit de 14e eeuw, werd in 1672, nadat het al eens vernield en weer was opgebouwd, definitief gesloopt. Een arboretum is een ‘bomentuin’. Waar het bij een botanische tuin hoofdzakelijk gaat om bloemen en planten, ligt de nadruk bij een arboretum op bomen en struiken. Het woord arboretum komt van het Latijnse woord arbor, wat boom betekent. Nu is Trompenburg al jaren veel meer dan alleen een arboretum en zijn er op de huidige 8 hectare ook verschillende soorten tuinen. Dit zijn tuin Woudenstein, tuin Hintzen de Formele tuin, tuin Exelsior, het Pinetum (naaldbomen en coniferen), het perenhof en voedselbos de Overtuin. In 2008 vierde Trompenburg het 150-jarig bestaan en heet sindsdien dan officieel ‘Trompenbrug Tuinen en Arboretum’.

24 mm --- f/9.0 --- 1/160 sec. --- ISO 200


Voordat ik verder ga over mijn bezoek, vertel ik graag een stukje geschiedenis. Begonnen als buitenplaats Zomerlust is Trompenburg in 1850 als tuin aangelegd in de Engelse landschapsstijl, met slingerende paadjes en veel water. Door de interesse voor bomen van de toenmalige eigenaren, de familie Van Hoey Smith, begon men met de aanleg van een arboretum. In 1958 werd Stichting Arboretum Trompenburg opgericht en vanaf toen is de tuin, zij het op beperkte schaal, opengesteld voor het publiek. In de loop der jaren breidde het arboretum gestaag uit, in 1960 met Tuin Woudestein en de Oude Perenhof en in 2000 met Tuin Excelsior. Tegenwoordig is Trompenburg een museum en bevat het complex zo’n 4000 verschillende soorten bomen, struiken en vaste planten. 

28 mm --- f/5.6 --- 1/160 sec. --- ISO 200


Tot de collectie behoren een groot aantal bijzondere soorten eiken, wilgen, beuken, esdoorns, ligusters en schijnbeuken. Er zijn maar liefst 400 soorten hulst en 700 verschillende soorten rododendrons. Er is een grote verzameling hosta's waarbij samen met de Nederlandse Hosta Vereniging de Nationale Hosta Collectie is opgezet. Langs de zogenaamde Hostalaan werden in 1993 maar liefst 500 verschillende hosta’s op alfabetische volgorde geplant. Ook is er een woestijnkas met een bijzondere collectie vetplanten en cactussen. Dankzij de vele inspanningen werd er in 1983 door de International Dendrology Society aan Trompenburg de Conservation Plaquette toegekend.

24mm --- f/8.0 --- 1/60 sec. --- ISO 100

In 2008 werd de laatste uitbreiding geopend: voedselbos de Overtuin. Een voedselbos is opgezet als een natuurlijk ecosysteem, gericht op productie van voedsel en andere bruikbare producten en is een samenwerking tussen Trompenburg, Moestuinman, Rotterdams Forest Garden Netwerk en St. Voedselbosbouw NL. Waarbij, onder andere, kennis, recreatie en educatie worden gecombineerd door te laten zien wat een voedselbos is, hoe het werkt en hoe het er uit kan zien. Dit resulteerde in een gevarieerd stukje bos met diverse (fruit)bomen, bessen en kruiden. Er zijn zonnige plekken, bankjes onder schaduwrijke bomen en een grote vijver voor gewassen die een vochtige bodem nodig hebben.


Panorama van 5 horizontale opnames f/6.3 --- 1/125 sec. --- ISO 100

Trompenburg is een mooie en gevarieerde collectie tuinen waarin je uren kunt ronddwalen. Voor de kinderen zijn er tijdens de vakanties allerlei activiteiten en tussendoor kan je uitrusten onder het genot van een hapje en een drankje in theehuis de Uithoek. Bij de ingang is een winkeltje waar je ook nog eens stekjes uit Trompenburg kan kopen. In ieder jaargetijde is er genoeg te zien. Zo is er in de winter de winterbloeiende kamperfoelie. In de lente bloeien irissen, sneeuwklokjes en de rododendrons. En in de zomer hostas, astilbes en overal zie je verschillende soorten bloemen in uiteenlopende kleuren. 


In de herfst kleurt Trompenburg in allerlei tinten geel en oranje en zijn er vele paddenstoelen te bewonderen. Ook is Trompenburg een schitterende locatie voor het maken van trouwfoto’s. Het hele jaar door is er genoeg te zien voor de liefhebbers van wandelen, bomen, bloemen en tuinen.

Dit artikel is ook verschenen in de 43e editie van DeNatuurIn

 


woensdag 31 augustus 2022

Vogels in Friesland

Onlangs was ik een paar dagen in Friesland in de buurt van het plaatsje Scherpenzeel, Weststellingwerf. Dat ligt zo’n beetje in de driehoek tussen Wolvega, het Tjeukemeer en het Natuurgebied de Weerribben. In de ochtend was ik aan het genieten van een lekker zonnetje, dito kopje koffie en het geluid van kwetterende vogeltjes. Dat laatste kwam van het einde van de tuin, waar een aantal bomen stonden en waar vogeltjes continu in en uit vlogen. Dus toen het kopje koffie leeg was, was het toevallig ook tijd om die bedrijvigheid eens dichterbij te bekijken.

300 mm ---  f/8.0 --- 1/320 sec. ---  ISO 320

De eerste vogel voor mijn lens was de huismus (Passer domesticus) deze bekende kleine zangvogel komt uit een geslacht met zo’n dertig andere mussensoorten. De huismus is in de laatste twintig jaar sterk in aantal afgenomen en staat daarom ook op de Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels. Op deze lijst staan vogelsoorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn onderverdeeld in: gevoelig, kwetsbaar, bedreigd, ernstig bedreigd en verdwenen uit Nederland. Voor de huismus is de huidige status: gevoelig. Dit komt hoofdzakelijk door veranderingen in, en vooral afname van, het voedselaanbod en nestgelegenheden.  Nu is er de laatste jaren weer een herstel qua aantal, maar dat gaat helaas nog zeer langzaam.  

De volgende gast was de kneu (Linaria cannabina ook wel Carduelis cannabina), eveneens een zangvogel maar dan uit de familie van de vinkachtigen. Ook de kneu staat op de rode lijst met de status: gevoelig. De oorzaak is hetzelfde, de mus komt dan meer voor in stedelijke gebieden, en de kneu meer in dorpen en op het platteland. Daar is net zo goed veel leefgebied veranderd. De kneu kent overigens aan aantal verschillende benamingen, zoals hennepvink, kneuter, robijntje, tukker, vlamsijs en vlasvink. 

300 mm


De kneu is vaak te zien in groepjes, waarbij de man opvalt door een rode borst en een rode vlek op de kop. Dit laatste wordt ook wel een baret genoemd. Op een gegeven moment zag ik dat een mannetje een juveniel kneu aan het voeren was. 


300 mm --- f/2.8 --- 1/1.250 sec. --- ISO 250

Nog even twee “Wikipedia feitjes” over de kneu: De kneu voedt zich ook met zaden van hennep oftewel cannabis. Vandaar de wetenschappelijke naam cannabina. Ilse de Lange en Waylon deden in 2014 mee aan het Eurovisiesongfestival onder de naam The Common Linnets, en dat is de Engelse naam voor de kneu.

Dan was er ook nog de ooievaar. Beter gezegd heel veel ooievaars. Er zijn daar in de buurt namelijk veel ooievaarsnesten te vinden. Tijdens een kanotochtje door het gebied de Rottige Meente waren er tientallen nesten en ooievaarskoppeltjes te zien. Een ook te horen, want het geklepper hoorde je al van een afstand. Een ouder bleef in het nest en de andere, al dan niet geholpen door de thermiek, vloog rond op zoek naar een smakelijk maaltje. Er zal in dit gebied in ieder geval geen gebrek geweest zijn aan muizen, mollen en kikkers. Dit kwam ik tegen in de buurt van het Friese dorpje Spanga. Dat er daar veel ooievaars zijn klopt, want daar is een heus ooievaarstation ook wel ooievaarsdorp genoemd. Dat is een plek waar ooievaars speciaal bijeen zijn gebracht met als doel de instandhouding en vooral de groei van het ooievaarsbestand. Vijftig jaar geleden was de ooievaar namelijk zo goed als uitgestorven in Nederland. Maar het had ook zomaar een baby distributiecentrum kunnen zijn.

300mm --- f/6.3 --- 1/500 sec. --- ISO 100

De ooievaar (Ciconia ciconia) is een vrij grote en herkenbare vogel en wordt ook wel stork, eiber of uiver genoemd. Deze laatste naam is bij sommige mensen nog wel bekend als het KLM DC-2 vliegtuig die in 1934 de Melbourne race won. Jonge ooievaars hebben een vacht van dik wollig dons en een donkere snavel. Dat is op de onderstaande foto te zien. Dit nest had overigens twee jongen. 

300mm --- f/10.0 --- 1/320 sec. --- ISO 160

Qua vogels was deze tijd voor mij goed gevarieerd. Niet alle foto’s komen hier in het artikel maar er was in ieder geval genoeg te zien. Van een fruit snoepende merel, zie foto bovenaan, via vinkjes, en mezen tot aan de vele rond zoevende zwaluwen. 

Dit artikel is ook verschenen in de 42e editie van DeNatuurIn

 












vrijdag 3 juni 2022

 

Lente in de industrie.


Als je de titel van dit artikel leest zou je denken dat de industrie ook seizoenen kent, waarschijnlijk is dat zo maar niet op de wijze van de natuur. Het gaat in dit geval over wat er allemaal groeit, bloeit en leeft tussen de diverse industriële complexen die je vindt in de Europoort en de Maasvlakte. Kortom, wat kwam ik tegen tijdens een dagje fotograferen in een van de grootste petrochemische-industrie gebieden ter wereld.

Laten we beginnen met de Bergeend (tadorna tadorna), dat is de foto helemaal bovenaan dit artikel. Een interessant weetje over de bergeend is
dat de naam "bergeend" niet betekend dat de eend in de bergen voorkomt maar omdat de eend haar eieren “verbergt” in konijnenholen en andere holtes in de grond. De bergeend heeft een rode snavel; een zwarte kop en hals en het lijf is wit met bruin en zwart. De bergeend is gemiddeld 55 tot 65 centimeter lang en kan zo’n 1,5 kilo wegen. Je vindt ze in de duinen en in de zee waar ze rondscharrelen op zoek naar schaaldiertjes, slakjes en wormen. 

Dan komen we bij de vogel waarschijnlijk het meest voorkomt, de kleine mantelmeeuw. (larus fuscus) Deze vogel is ongeveer hetzelfde formaat als de bergeend en is hoofdzakelijk grijs en wit van kleur en een gele snavel en poten. Zo is deze te onderscheiden van de grote mantelmeeuw die roze poten heeft. Ze zijn zeer talrijk op de Maasvlakte waarbij er zelfs waarschuwingsborden staan op plekken waar ze in grote groepen in kuiltjes langs de weg broeden waarbij ze behoorlijk territoriaal kunnen zijn.

300mm 1/400 sec. f/8.0 ISO 100

Een andere vogel die je hier veel ziet is de aalscholver (phalacrocorax carbo). Je ziet ze vaak op lantaren-of andere palen zitten met hu vleugels gespreid. Je jagen op verschillende soorten vis die ze soms vrij lang onder water kunnen achtervolgen. Afhankelijk of het broedseizoen is kan een aalscholver tussen een pond en een kilo vis per dag opeten. De aalscholver is overigens een beschermde vogelsoort

300mm 1/250 sec. f/3.2 ISO 50

Dan de tureluur (tringa totanus), deze viel mij op door het geluid dat hij maakt anders had ik deze wellicht niet eens gezien. De Tureluur is familie van de strandlopers en snippen. In Nederland komen ze het hele jaar in grote getalen voor en houden zich dan vooral op in zoute en brakke getijdewater en dat is iets wat het Europoortgebied dan ook veel heeft.

300mm 1/320 sec. f/9.0 ISO 200

Behalve vogels vind je ook veel planten. Op de onderstaande foto van links naar rechts; gewone vogelmelk (ornithogalum umbellatum) tegen. Deze plant komt vrij algemeen voor op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen en op matig vochtige, matig voedselrijke grond zoals grasland, bermen, rivierdijken, spoorbermen, open loofbossen en parken, binnenduinen en begraafplaatsen. Zachte ooievaarsbek (geranium molle) De naam komt door de zachte beharing op de stengel. De standplaats is op droge grazige plaatsen, op braakliggende grond en in de duinen. De gewone margriet (leucanthemum vulgare) is een bekende verschijning door het gele hart met witte bloembladeren en is karakteristiek voor graslanden, bermen en hooilanden. De naam betekent van origine parel. Klein kruiskruid (senecio vulgaris) is een kruidachtige plant die ook wel als een onkruid wordt gezien. Er zijn exemplaren gevonden die genetische aanpassingen hebben om te overleven in omstandigheden met hoge concentraties aan pekel en lood. Vroeger werd de plant als geneeskrachtig beschouwd en werden er ook allerlei krachten aan toegeschreven. Zo werd het gebruikt als afweer tegen heksen en werd het in de wieg gelegd om de baby’s te beschermen.
100mm Macro ISO 100

Als je wilde planten wil eten dan is het volgende te vinden. De witte dovenetel (lamium album) is een algemeen voorkomende plant. De naam betekend dat deze, in tegenstelling tot de brandnetel, niet prikt. Sterker nog je kan het sap uit de bladeren gebruiken om pijn van een brandnetel te verminderen. De bloeitijd is van april tot oktober en je vindt ze veel langs en in: bosranden, wegbermen, sloten, parken, stortplaatsen en dijken. Niet alleen is de bloem zelf rijk aan nectar de plant is ook een waardplant voor veel rupsensoorten.  Je kan de scheuten in soep en salade gebruiken en er thee van zetten.

Delen van de herik (sinapis arvensis) zijn ook eetbaar. Deze plant komt ook algemeen voor en bloeit van mei tot september. Jonge bladen en jonge scheuten zijn voor de bloei eetbaar. De bladen als groente gebruikt worden, vermits ze ten minste dertig minuten worden gekookt. De bloemknoppen zijn na 5 minuten koken eetbaar en van de zaden kan je mosterd maken.

100mm Macro ISO 100

En dan het laatste onderwerp van dit artikel. Deze kwam ik tegen tijdens een stop bij de Slufter. Daar zag ik veel spinsels in de duindoorn. Dat waren de spinsels van de rups van de bastaardsatijnvlinder (euproctis chrysorrhoea) Dit is een nachtvlinder en is wit met een bruin achterlichaam. Bij ons komt de vlinder met name voor langs de kust. Net als de Eikenprocessierups kunnen de brandharen van de rupsen sterk irriteren en aanraken is dus af te raden. 
Nadat de rupsen zijn verpopt is de vliegtijd van de vlinder van juni tot en met augustus.

100mm Macro ISO 100

En dit is slechts een kleine selectie van de vele soorten flora en fauna die hier zoal te vinden is. Wordt vervolgd?


Dit artikel is ook verschenen in de 41e editie van DeNatuurIn

vrijdag 8 april 2022

Het eiland Tiengemeten


Op een rustige maar koude zaterdag in februari besloot ik om eens het eiland Tiengemeten te bezoeken. Dat is een eiland dat in het Haringvliet ligt tussen de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee. Het Haringvliet is een zeearm die tijdens de Deltawerken in 1970 van de zee werd afgesloten. De naam Tiengemeten betekent niet dat er op het eiland tien gemeenten bevinden, maar is afgeleid van het oudhollandse woord ‘gemet’. Een gemet is een oude oppervlaktemaat wat ongeveer 0,4 hectare is. Dat is weer 4000 vierkante meter ofwel 100 meter bij 400 meter; “Tien-gemeten” komt overeen met een oppervlakte van 1 kilometer bij 4 kilometer.  

Vroeger was Tiengemeten een zandplaat en is in de loop van de eeuwen uitgegroeid tot een eiland. De maat klopt daarom allang niet meer, tegenwoordig is Tiengemeten 2 kilometer bij 7 kilometer, en zou Twintiggemeten een betere naam zijn. In 1668 werd het eiland in erfpacht gegeven en sindsdien is het ingepolderd en heeft het hoofdzakelijk een agrarische functie gehad. Ook is het een tijdlang een plek geweest voor schepen die in quarantaine waren. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is het eiland in het bezit van Natuurmonumenten en wonen er nog maar een handjevol mensen en is er een zorgboerderij.

Panorama van 9 opnames. 24 mm --- f/10.0 --- 1/125 sec. --- ISO 100

Het eiland kan je alleen per pont bereiken en deze vaart overdag om het uur. Een kaartje kan je van tevoren online kopen. Er is een ruime parkeerplaats voor de auto en als je wilt gaan fietsen dan kan deze ook mee naar de overkant. Op het moment dat je op het eiland bent aangekomen zie je dat de natuur de overhand heeft. Grasland wisselt zich op veel plekken af met water. Ieder jaargetijde is weer anders. In de winter is het drassig en in de zomer is er veel groen. 

De vogelpopulatie is er zeer uitgebreid in januari 2022 werden er maar liefst 71 soorten geteld. Het hele jaar door zie je vele soorten: wintertalingen, zaagbekken, kramsvogels, koperwieken, merels, waterrallen, slobeenden, vinken, kneuen, putters, kepen, ringmussen, mezen, ganzen, kluten, wulpen, scholeksters, reigers, lepelaars en zelfs ijsvogels. Ook zijn er veel roofvogels te zien: sperwers, bruine en blauwe kiekendieven, haviken, torenvalken, slechtvalken, buizerds en zeearenden. Ook kun je, als je geluk hebt, nog wel eens bevers zien. Een verrekijker, scope en/of een camera is zeker aan te raden om mee te nemen. Er zijn verschillende wandelroutes variërend van 1,2 km tot 10 km. Stevige schoenen of laarzen zijn dan ook geen overbodige luxe. Je kunt er ook geocachen en in de zomerperiode is een ritje met de huifkar mogelijk.

70 mm --- f/10.0 --- 1/25 sec. --- ISO 100

Een van de bekende bewoners die je veel tegenkomt zijn de Schotse hooglanders. Deze roodbruine grote grazers slenteren in kleine kuddes over het eiland en zorgen voor een stukje natuurbeheer. Er wordt over het algemeen een afstand van minimaal 25 meter aangeraden. Echter dit keer lagen ze met grote regelmaat aan de rand van de paden of zelfs pontificaal op de paden te herkauwen. Gelukkig keurden ze de bezoekers geen blik waardig. Maar met kalfjes is dat wel anders, dan is het opletten geblazen. Het blijven, hoe dan ook, fotogenieke dieren en een telelens geeft je een wat veiligere afstand.

400 mm --- f/6.3 --- 1/250 sec. --- ISO 100

140 mm --- f/13.0 --- 1/100 sec. --- ISO 200

In ieder jaargetijde zijn er voldoende fotomogelijkheden. Behalve voor drones, want daarmee vliegen boven beschermde natuurgebieden is niet toegestaan, dus ook niet op Tiengemeten. Ben je uitgefotografeerd, dan kun je ook nog een bezoek brengen aan het Rien Poortvliet Museum en het Landbouwmuseum. Ook kun je een hapje en een drankje nemen in de Gasterij terwijl de kinderen zich kunnen uitleven in speelnatuur OERRR. Deze attracties zijn echter niet het hele jaar door geopend. Wil je wat langer blijven kan je ook overnachten, in de herberg, een kampeerplek of in een van de vakantiewoningen. Dan hoef je ook niet te haasten om de laatste pont van tien over vijf te halen.

90 mm --- f/7.1 --- 1/400 sec. --- ISO 100

Wil je meer weten over Tiengemeten of een bezoek brengen? Kijk dan op de site van Natuurmonumenten.

Dit artikel is ook verschenen in de 40e editie van DeNatuurIn

zaterdag 25 december 2021

Paddenstoelen uit de oude (dia)doos.

Omdat het herfst is en de bossen vol met paddenstoelen staan, was het een makkelijke keuze om voor dit artikel wat met paddenstoelen te doen. Nu fotografeer al jaren af en toe paddenstoelen dus had ik het idee om te kijken hoe ik dat vroeger deed. Daarom ben ik eens in mijn oude analoge archief gedoken en heb een kleine selectie gemaakt. Al deze foto’s zijn zo’n 25-35 jaar geleden op dia film gemaakt. In die tijd trok ik eropuit met een camera met macrolens en twee flitsers op een zelfgemaakte beugel. Ook had ik een kleine en eenvoudige veldgids voor de eerste indrukken, de nieuwsgierigheid won het vaak van het geduld. Als dagen later de foto’s en/of dia’s terugkwamen, kwam ik er ook achter dat een foto te licht, te donker bewogen of onscherp was. Dan was er ook de teleurstelling dat ik niet meer tijd genomen had. Voor de foto’s die ik goed genoeg vond begon het proces van zoeken en vergelijken en zocht ik druk in meerdere boeken en veldgidsen om zo nauwkeurig mogelijk te determineren. Zoals dit gezinnetje Russula’s.



Mijn favoriete boeken in die tijd waren de veldgidsen voor de natuurliefhebber van Readers Digest, met prachtige illustraties, en de fotoboeken van Roger Philips van uitgeverij Spectrum. Ik had ze bijna allemaal. De boeken van Readers Digest heb ik nog steeds, de andere zijn helaas in de loop der tijd verdwenen, door slijtage of waterschade. Soms was het snel duidelijk wat ik gefotografeerd had en soms was het dagen spitten in gidsen en boeken, al dan niet nog even geleend uit de plaatselijke bibliotheek. De info op internet was niet zo overvloedig als nu. Als het uiteindelijk met grote zekerheid duidelijk was dan was het plezier dat ik had onbeschrijfelijk. Daarna werden de gevonden data; naam, camera, lens, datum en locatie, op het diaraampje geschreven en bij de juiste categorie in de dia dozen geplaatst. 

Uit die jarenoude selectie komen de foto’s van dit artikel. Bijvoorbeeld de volgende foto’s. Een paddenstoel is eigenlijk een schimmel waarvan het grootste deel zich in de bodem bevindt. De volgende twee paddenstoelen hebben zelf ook extra schimmel (spinellus) die als parasiet op de paddenstoelen leven.

Ondanks het feit dat ik nu vrij weinig van de boeken nog over heb, is het determineren tegenwoordig een fluitje van een cent. We kunnen een foto uploaden op een site of een app en voilà, binnen een paar seconden heb je een zeer grote kans dat de determinatie en het gevonden exemplaar daadwerkelijk overeenkomen. Gemak dient de mens. Voor de determinatie van alle foto’s bij dit artikel heb ik gebruik gemaakt van de internetsite iNaturalist. (link: https://www.inaturalist.org/)

Ik kwam dan ook een aantal leuke vondsten tegen die ik alweer was vergeten. Zo zijn er paddenstoelen met verschillende vormen zoals de geweizwam (Xylaria hypoxylon) en kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa) die beide op dood hout voorkomen. Waarbij de eerste voorkomt op loofbomen en de tweede op naaldbomen.



Soms was het een grappige vondst omdat sommige paddenstoelen wel heel smakelijk klinkende namen hebben, zoals de paddenstoelen op de volgende foto’s: het vroeg eekhoorntjesbrood, de blauwe kaaszwam en de melkzwam. 




Zo bestaan er nog meer, zoals de spekzwoerdzwam, je zou er trek van krijgen. Echter niet alle paddenstoelen met eetbaar klinkende namen zijn zomaar te eten. De voorjaarskluifzwam bijvoorbeeld nodigt uit om eens lekker te kluiven, maar die is giftig. Je kan een paddenstoel sowieso maar beter in de natuur laten staan, want daar horen ze thuis.


Toch nog trek gekregen? In de winkels zijn er heel veel verschillende soorten te verkrijgen die je in ieder geval zonder nadelige gevolgen kan eten.


Dit artikel is ook verschenen in de 39e editie van DeNatuurIn

zondag 7 november 2021

Waalhaven panorama 


Om eens een flinke panorama te maken ben ik met een Fuji GFX100 naar de Waalhaven op Rotterdam-Zuid gegaan. De Fuji GFX100 is een 102 megapixel camera met een sensor van 43,8mm x 32,9mm en maakt RAW files van 11648 x 8736 pixels. De voor deze panorama gebruikte lens is de Fuji GF63mmF2.8 R WR, de "Standaard lens"voor de GFX serie, wat ongeveer overeenkomt met de 50mm op kleinbeeld. 

Op zich is het een panorama met weinig foto’s, in totaal 9 stuks horizontaal genomen. Deze foto’s zijn aan elkaar geplakt in Photoshop en het uiteindelijke resultaat is een foto van 53106x8747 pixels, ofwel 449,63cm x 74,06 cm. Hieronder de foto maar dan verkleind naar 2566 pixels, dat is gewoon 53106 gedeeld door 20.
Om nu de kwaliteit te bekijken post ik nu een aantal detailopnames van de originele panorama op 100%, de uitsneden zijn 2500x1333 pixels en zijn van links naar rechts.


zondag 3 oktober 2021

 De kruisspin (Araneus diadematus)



De jaargetijden gaan weer langzaam in elkaar overlopen en wordt de zomer langzaamaan aan herfst. En dit kenmerkt zich door een aantal zaken. De dagen worden korter. Bomen en planten krijgen herfstkleuren. Sommige dieren maken zich klaar voor de winterslaap. Trekvogels trekken naar warmere gebieden om te overwinteren. Er schieten overal paddenstoelen tevoorschijn, enzovoort. Eén kenmerk waar ik het in dit artikel over wil hebben, is dat het in de herfst lijkt of er veel meer spinnen en spinnenwebben zijn. Vooral de Kruisspin is in grote aantallen zichtbaar.

Nu heb ik al eens eerder een artikel geschreven over de kruisspin in 2016 (https://denatuurin.digitoo.nl/56b88e6652bc0509db166889/4)  maar het is en blijft een fascinerend diertje, behalve dan voor arachnofoben. Met dit artikel ga ik wat dieper in op deze spin. Meteen een *spoiler-alert*  voor diegenen die de kriebels van spinnen krijgen, er komen duidelijke foto’s van spinnen verderop in dit artikel.

Spinnen zijn geen specifieke herfst dieren, het lijkt alleen of er in deze periode veel meer zijn. Er zit minder groen aan bomen en struiken, door de stand van de zon valt het licht zo mooi op de spinnenwebben en spinnen zijn ook groter zijn geworden en vallen daardoor meer op. Als je door de natuur of je tuin loopt zie je, en vooral ook voel je, overal webben en draden.


300mm 1/125 sec. f/4 ISO 100

Bij mij in de tuin lijkt het of er, behalve hordes slakken, alleen maar kruisspinnen wonen.  De kruisspin is een middelgrote spin en de naam is te danken een aantal witte vlekjes op het achterlijf die op een kruis lijken. De kruisspin is een spin die vaak pontificaal in het midden van het web zit en door de grootte van de spin ook nog eens moeilijk over het hoofd te zien is. In 2010 was de kruisspin door de Europese Arachnologische Vereniging uitgeroepen tot spin van het jaar.  De kruisspin varieert  in kleur van bruin tot grijs en zwart. Ook zijn er veel onderlinge verschillen in het kruis patroon.

Links: 300mm 1/250 sec. f/6.3 ISO 200
  Rechts: 300mm 1/125 sec. f/4.5 ISO 640


De poten zijn stekelig behaard, voor grip en tast, waarbij de voorste poten het langst zijn. De kruisspin heeft acht ogen. Deze zijn donker en glanzend. Het achterlijf is driehoekig van vorm en bij de vrouwtjes is deze groter dan de mannetjes. Aan de onderkant bevinden zich de spintepels. Dit zijn de organen waarmee verschillende webdraden worden geproduceerd. Stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de kwetsbare eitjes te voorzien van een beschermlaag en kleverige vangdraden om prooien in het web te vangen.

Links: 100mm macro 1/15 sec. f/10 ISO 100
   Rechts: 100mm macro 1/30 sec. f/16  ISO 100


De kruisspin is te herkennen aan de lichte vlekken op het achterlijf. Vrijwel alle exemplaren hebben een duidelijk kruisvormige groepering van de vlekken, Het kruis wordt gevormd door een groep lichte tot witte vlekken. De Latijnse naam Araneus diadematus betekent: spin met een kroontje. Bij de volgende foto zijn de vlekken duidelijk te zien.

Foto-  4

: 100mm macro 1/60 sec. f/11 ISO 800

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het web en in hun tweede levensjaar kunnen de vrouwtjes behoorlijk grote spinnenwebben maken. Omdat het web makkelijk beschadigd en vervuild raakt moet het iedere dag vervangen worden. Ook omdat de draden snel uitdrogen en prooien die gevangen worden het web beschadigen. De kruisspin bouwt het verticaal hangende web op enige hoogte en vangt voornamelijk vliegende insecten. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl mannetjes naar een vrouwtje op zoek gaan. De spin hangt ondersteboven in het centrum van het web geduldig te wachten tot er een prooi het web in vliegt. De meeste prooien zijn dan ook vliegende insecten.

300mm 1/160 sec. f/6.3 ISO 640

Zodra een prooi in het web vast zit wordt de spin gewaarschuwd door de trillingen van het web. De spin snelt zich naar de prooi en wikkelt deze in spinsel. Pas daarna wordt de beet toegediend die de prooi verlamt. De onderstaande foto is een ingesponnen prooi en was waarschijnlijk een nachtvlinder. Deze hing in een web in mijn schuurtje en lag een dag later op de grond. Waarschijnlijk was het te zwaar voor het web. Jammer voor de spin want dit was zo te zien een flinke maaltijd.


100mm macro 1/50 sec. f/16 ISO 100

Tijdens de jaarlijkse spinnentelling van 11 en 12 september, kwam de kruisspin als winnaar uit de bus. Gevolgd door de grote trilspin en de gewone huisspin. Er zijn gemiddeld per tuin meer kruisspinnen geteld dan in de afgelopen zomers. Hoewel veel mensen rillen bij de gedachte aan spinnen zijn het zeer nuttige dieren want ze ruimen veel insecten op, ook die ons  ’s-nachts uit onze slaap houden. Als je dan moet kiezen uit twee “kwaden” kies er dan voor om spinnen maar zoveel mogelijk met rust te laten.

Dit artikel is ook verschenen in de 37e editie van DeNatuurIn












 


vrijdag 23 juli 2021

 

Eerste test vergroterobjectieven.

Nu ik een aantal verschillende vergroterobjectieven in mijn bezit heb wordt het als eerste tijd om de verschillende vergrotingen te testen. Dit is een simpele test zonder extra handelingen of verlichting er wordt niet gekeken naar scherpte of kleur alleen naar de mate van vergroting.

Het onderwerp is een munt van 2 eurocent. Alles is genomen bij bestaand licht en bij alle objectieven staat het diafragma ingesteld op f/8.0. Alle foto’s zijn SOOC (straight out of camera) dat wil zeggen geen crop of aanpassingen. De foto's zijn alleen, voor de blog, verkleind naar 1500pixels 

De gebruikte lenzen:

Nikon EL-Nikkor 50mm f/2.8N
Rodenstock Rodagon 50mm f/2.8
Rodenstock Rodagon 60mm f/4.0
Schneider-Kreuznach Componar 75mm f/4.5
Rodenstock Rogonar-S 90mm f/4.5
Rodenstock Rogonar-S 105mm f/4.5
Rodenstock Rodagon 135mm f/5.6

De test:

Foto 1: Nikon EL-Nikkor 50mm f/2.8N minimale vergroting


Foto 2: Nikon EL-Nikkor 50mm f/2.8N maximale vergroting

Foto 3: Rodenstock Rodagon 50mm f/2.8 minimale vergroting

Foto 4 Rodenstock Rodagon 50mm f/2.8 maximale vergroting

Foto 5: Rodenstock Rodagon 60mm f/4.0 minimale vergroting


Foto 6: Rodenstock Rodagon 60mm f/4.0 maximale vergroting

Foto 7:Schneider-Kreuznach Componar 75mm f/4.5 minimale vergroting

Foto 8: Schneider-Kreuznach Componar 75mm f/4.5 maximale vergroting

Vanaf hier heb ik geen foto's meer gemaakt met de minimale vergroting. Dit in verband met de grote afstand van de camera tot het onderwerp. De munt wordt dan steeds "kleiner" en dat heeft voor deze test geen meerwaarde.

                               Foto 9: Rodenstock Rogonar-S 90mm f/4.5 maximale vergroting


Foto 10: Rodenstock Rogonar-S 105mm f/4.5 maximale vergroting

Foto 11: Rodenstock Rodagon 135mm f/5.6 maximale vergroting

Een paar snelle conclusies:


Hoe groter de brandpuntsafstand hoe verder de camera van het onderwerp af moet staan.

De maximale vergroting van de Rodenstock Rogonar-S 105mm f/4.5  komt overeen met de minimale vergroting van de Rodenstock Rodagon 50mm f/2.8 en de Nikon EL-Nikkor 50mm f/2.8N.  


De maximale vergroting van de Rodenstock Rodagon 135mm f/5.6  komt ongeveer overeen met de minimale vergroting van de Rodenstock Rodagon 60mm f/2.8.


Dat kan kloppen, 2 x 50mm is 100mm, dat is bijna 105mm en 2 x 60mm is 120mm, wat weer in de buurt komt van de 135mm

Voor maximale vergroting ga je dus voor een objectief met een korte brandpuntsafstand. Dus 50mm of kleiner zoals 35mm of 40mm. Voor meer afstand tot je onderwerp, bijvoorbeeld vlinders die je niet wil afschrikken dan kies je voor langere brandpunten.





Fotografie is niet alleen kijken, maar vooral ook “zien”

“Een wereldstad aan de Maas”. Oftewel Rotterdam, oftewel de stad waar deze fotograaf zijn wortels gevestigd heeft. Pieter heeft een unieke zicht en maakt foto’s op meerdere gebieden. Haven & industrie, natuur & landschappen, of anders architectuur of mensen? Wedden dat er voor u ook iets tussen zit!?

Welkom dus op mijn blog, deze blog maakt deel uit van mijn officiële site: www.pietervanroijen.nl